Logo OBN: ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit.

Huidige set is nog niet opgeslagen.

Begrippen

Abiotische

niet biologische mileufactor

Basisafvoer

dat deel van de afvoer dat als gevolg van langdurige berging (in grond- en/of oppervlaktewater) pas na geruime tijd tot stand komt

Biotische

biologische factoren

Brongerichte maatregelen

maatregelen die de oorzaak van het probleem aanpakken

Detritus

fragmenten dood organisch materiaal in staat van afbraak, bijvoorbeeld in de beek gevallen blad

Diffuse bronnen

input van bijv. stoffen over een grotere oppervlakte, zoals uit de lucht of uitspoelend vanuit aanliggende gronden

Dispergeert

ongerichte verspreiding van organismen, waarbij er geen sprake is van een repeterende beweging, zoals van voortplantings- naar overwinteringshabitat

Dood hout

ingevallen of aangebrachte stukken hout in de vorm van stammen en dikke takken die niet meer in staat zijn te regenereren

Doorstroommoerassen

op plekken waar de afvoer zo gering is dat er geen sprake is van een continue loop maar van een zone met moerasvegetatie waar zich water doorheen beweegt

Effectgerichte maatregelen

maatregelen die de effecten van een stressor mitigeren, maar niet de oorzaak wegnemen

Eutrofiëring

het voedselrijker worden van een waterlichaam

Filters

het proces waarbij de milieuomstandigheden soorten uitselecteren (filteren) met de juiste eigenschappen om op die plek te kunnen leven

Fysiologische

het functioneren van processen in organismen, zoals ademhaling

Geomorfologie

studie van de landschapsvormen en de processen die hieraan ten grondslag liggen

Geomorfologische

landschapsvormen en de processen die hieraan ten grondslag liggen

Hydrologie

studie van de eigenschappen en gedragingen van water

Kanalisatie

het rechttrekken van het lengteprofiel van een beek

Levensstrategie

combinatie van fysiologische, morfologische en gedragseigenschappen van een soort die deze in staat stelt op een plek te overleven

Life history traits

fysiologische, morfologische of gedragseigenschappen van soorten die passen bij het milieu waarin ze leven

Macrofauna

groep ongewervelde waterdieren (met het blote oog zichtbaar)

Microhabitat

plek waar een organisme gebruik van maakt tijdens zjin levenscyclus, bijvoorbeeld een grindbank om eieren in af te zetten

Milieu- en habitatpreferenties

omstandigheden en plekken waaronder (bijvoorbeeld een bepaalde stroomsnelheidsrange) en waar (een bepaald type substraat, bijvoorbeeld in waterplantenbedden) soorten voorkomen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen optimale en suboptimale omstandigheden

Moerasbeken

beek waar de watergang in de dwarsrichting diffuus overgaat in de droge oeverzone, vaak worden deze beken geflankeerd door een brede moeraszone.

Morfologie

vormleer

Normalisatie

het onder normprofiel brengen van het dwarsprofiel van de beek

Piekafvoeren

tijdelijke hoge afvoer, bijvoorbeeld na hevige regenval

Reproduceren

voortplanten

Rheofiele vissoorten

soorten gebonden aan stromend water

Sleutelfactoren

milieufactoren die direct het functioneren of de overleving van organismen beïnvloeden

Stagnatie

wegvallen van stroming in een beek

Stroomgebied

systeem waaruit water wordt onttrokken en via boven-, midden en benedenlopen, riviertjes en tenslotte via een rivier naar zee wordt afgevoerd

Stuurfactoren

milieufactoren die door menselijk handelen gericht te beïnvloeden zijn

Substraatheterogeniteit

mozaïek van verschillende substraten op de beekbodem

Veralging

wanneer een oppervlakte volledig met een dikke laag algen bedekt raakt

Verdroging

dusdanige daling van de waterbeschikbaarheid dat dit een negatieve invloed heeft op de levensgemeenschap

Verslibbing

wanneer een oppervlakte bedekt raakt met fijn materiaal dat neerslaat vanuit de waterkolom

Vispassages

constructies die vissen in staat stellen een kunstwerk, zoals een stuw, te passeren