Vennensleutel


Plaagsoorten

Met enige regelmaat worden de Nederlandse vennen bevolkt door plaagsoorten. Vaak zijn dit uitheemse soorten die in de vennen bijzonder talrijk weten te worden en daar andere soorten wegconcurreren of opeten. Echter ook sommige inheemse soorten kunnen plaagvormend in vennen voorkomen. Een voorbeeld daarvan is de Kokmeeuw (Larus ridibundus) die nog niet zo lang geleden grote kolonies op vennen en in hoogveenrestanten had. Een meer recente inheemse plaagsoort is de Grauwe gans (Anser anser), die samen met zijn uitheemse broertje de Canadese gans (Branta canadensis) inmiddels veel vennen heeft gekoloniseerd. Onder de plantensoorten zijn Knolrus (Juncus bulbosus) en Pijpenstrootje (Molinia caerulea) bekende voorbeelden van inheemse plaagsoorten.

 

 

Een klein aantal uitheemse soorten zorgt voor overlast in vennen. Twee uitheemse vissoorten die in vennen talrijk kunnen worden zijn de Zonnebaars (Lepomis gibbosus) en de Amerikaanse hondsvis (Umbra pygmea). Ook komen er in vennen twee uitheemse waterplanten voor, die in staat zijn andere soorten te overwoekeren. Het gaat om Ongelijkbladig vederkruid (Myriophylum heterophyllum) en de Watercrassula (Crassula helmsii)

 

Beheer en bestrijding van deze soorten is vaak erg arbeidsintensief en daardoor niet erg effectief. Voor de meeste soorten zijn nog geen effectieve beheersmaatregelen voorhanden. Alleen over bestrijding van Zonnebaars en ganzen is al meer bekend. Zie daarvoor de webteksten over deze soorten.